G

Gedragstoezicht

Toezicht dat is gericht op transparante en ordelijke financiële marktprocessen, zorgvuldige behandeling van cliënten en zuivere verhoudingen tussen marktpartijen. (C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht, Tweede druk, p. 607-608).

Gedragstoezicht, voor welke instellingen van belang

Dit is primair van belang voor de volgende financiële ondernemingen:

- aanbieders van beleggingsobjecten

- adviseurs

- bemiddelaars (zie onder meer artikel 1:1 Wft, 4:3 Wft, 4:73 Wft)

- beleggingsinstellingen

- beleggingsondernemingen

- financiële dienstverleners

Verder kan het ook in aantal gevallen betreffen: een ieder  die zich op de financiële markten begeeft (bijvoorbeeld artike 4:3 Wft en 5:58 lid 1 Wft), gereglementeerde markten, uitgevende instellingen (bijvoorbeeld artikel 5:58 lid 1).

Gedragstoezicht, wat wordt daar op hoofdlijnen geregeld

Dit is (onder meer):

- deskundigheid en integriteit (artikel 4:8 Wft)

- bedrijfsvoering (artikel 4:12 Wft)

- vermogensscheiding 

- customer due diligence (artikel 3 e.v. Wwft)

- zorgvuldige dienstverlening (artikel 4:18 en volgende)

- belangenconflicten

Gekwalificeerde belegger

Een professionele marktpartij. Dit begrip is van belang om te weten of bepaalde verbodsbepalingen van toepassing zijn zoals beschreven in artikel 5.3 Wft. Zie voor uitleg van dit begrip artikel 2 lid 1 sub e Prospectusrichtlijn en artikel 1:1 Wft. Zie ook pagina 52 van C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht, Tweede druk. Zie ook op deze site: belegger, classificatie in de Wft.

Gekwalificeerde belegger, nadere uitwerking van begrip kleine onderneming

Zie het Besluit definitiebepalingen, artikel 4.

Gekwalificeerde belegger, professionele cliënt, professionele belegger verschil tussen deze begrippen

In de MiFID-richtlijn wordt de definitie professionele cliënt gebruikt. Het begrip gekwalificeerde belegger stamt uit de prospectusrichtlijn. Het is de bedoeling om dit gelijk te trekken. Zie het artikel "Voorstel van de Europese Commissie tot herziening van de Prospectusrichtlijn", mr. M.M. van den Broek, Tijdschrift voor Financieel Recht, nr. 11/12, december 2009. Hierin wordt het betreffende wijzigingsvoorstel besproken. Het begrip professionele belegger wordt in de Wft gebruikt voor professionele cliënt.

Gekwalificeerde belegger, voorbeelden

Dit kunnen zijn: kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, overheden, ondernemingen en natuurlijke personen die zich als zodanig hebben laten registreren bij de AFM. Zie ook het artikel "Voorstel van de Europese Commissie tot herziening van de Prospectusrichtlijn", mr. M.M. van den Broek, Tijdschrift voor Financieel Recht, nr. 11/12, december 2009. Hierin wordt het betreffende wijzigingsvoorstel besproken.

Gekwalificeerde belegger, waar komt dat voor in de Wft

Zie onder meer artikel 1:12 Wft en 5:3 Wft.

Geldmarkinstrumenten

Dit zijn instrumenten die op de geldmarkt worden verhandeld. Onder meer is dit schatpapier, depositocertificaten en commercial papers. (artikel 4 lid 1 sub 19 MiFID)

Geldmarkt instrumenten met een kortere looptijd dan 12 maanden, voorbeelden hiervan

Dit zijn onder meer Certificates of Deposit en Commercial Paper. (Aanbieding van Effecten: Primaire Markt, N.R. van de Vijver, Onderneming en financieel toezicht, 2007, p. 287)

Geldmarktinstrumenten, voorkomen in de Wft

Zie onder meer artikel 5:1a Wft.

Gemiddelde consument

Dit is een begrip dat als uitgangspunt wordt genomen bij de beoordeling van productinformatie. Zie: Informatieverstrekking, maatstaf. Een verder aanknopingspunt is de uitleg in artikel 6:193a lid 2 BW. Zie ook: maatman belegger.

Gereglementeerde markt

Dit begrip vindt zijn oorsprong in de MiFID en is nader gedefinieerd in artikel 1:1 Wft. De AFM houdt een lijst bij van gereglementeerde markten waarvoor zij een vergunning heeft afgegeven. Euronext Amsterdam is een voorbeeld van een gereglementeerde markt in Nederland waarvoor AFM een vergunning heeft afgeven. Zie AFM site. (zie ook: C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht, Tweede druk, pagina 96 - 98)

Geschiktheid van de client/consument

Zie hiervoor artikel 4:23 Wft en 80 e.v. Bgfo Wft. Let hierbij erop dat onderscheid moet worden gemaakt tussen cliënt en consument. Zie voor nadere uitleg hierover de desbetreffende begrippen op deze site. De geschiktheid (voor zover relevant voor de dienstverlening) ziet op:

- risicobereidheid

- kennis

- financiële positie

- ervaring

- doelstellingen

van de cliënt/consument.

Girodepot

Het depot waar de Wge-aandelen worden bewaard bij het centraal instituut (Euroclear). Deze aandelen staan op naam van de aangesloten instellingen. "Het Wge-aandeel: een recht op naam van eigen aard", E.B. Rank-Berenschot uit de bundel Onderneming en effecten uit de reeks Onderneming en Recht, deel 13, pagina 152. Zie ook artikel 38 lid 2 Wge. 

GMRA

Global Master Repurchase Agreement. Dit is de meest gebruikte overeenkomstvorm voor Repos.

Goedkeuringsbevoegdheid

Het gaat hierbij om de bevoegdheid van een bevoegde autoriteit om vergunning te verlenen om bepaalde handelingen in het effectenverkeer te verrichten. Een voorbeeld is het aanbieden van effecten aan het publiek (vebodsbepaling 5:2 Wft). In dit specifieke geval is de goedkeuringsbevoegdheid geregeld in de artikelen 5:6, 5:7 en 5:8 Wft. (MB/RA)

Goedkeuringsvereisten voor een prospectus, waar te vinden

Deze zijn te vinden in de Prospectusverordening en nogmaals in de Wft. De inhoudelijke eisen zijn te vinden in artikel 5.9 en verdere eisen zijn te vinden in onder meer de artikelen 5:13, 5:19, 5:22.

Grote onderneming

Een begrip dat stamt uit de MiFID-richtlijn en waarvoor bepaalde vereisten zijn geformuleerd. Zie MiFID-richtlijn Bijlage II, onderdeel I onder (2).