V

Vergunningenplicht voor beleggingsactiviteiten en -diensten

In de veel gevallen heeft een uitvoerder van beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten een vergunning nodig. Dit (en de uitzonderingen hierop) is geregeld in artikel 2:96 Wft en volgende. Zie ook artikel 2:13 Wft in geval een bank deze activiteiten en diensten wil uitvoeren.

Verbodsbepalingen in de Wft

Deze zijn onder meer te vinden in artikel 5.2 Wft.

Verbodsbepalingen, uitzonderingen hierop

Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de artikelen 5.3 en 5.4 Wft.

Verbod op aanbieden van effecten, uitzondering en vrijstelling hierop

Zie artikel 5:1a, 5.3 Wft en de artikelen 53, 54 en 55 Vrijstellingsregeling Wft.

Verbod op doen toelaten van effecten op een gereglementeerde markt uitzondering en vrijstelling hierop

Zie artikel 5.1a, 5.4 en de artikelen 53 en 54 Vrijstellingregeling Wft.

Verhandelbaar

Een begrip dat in samenhang met de definitiebepaling van "effect" wordt gebruikt. Zie mr. R.P. Raas, "Kernbegrippen Wft II, Onderneming en financieel toezicht, Serie Onderneming en Recht deel 40, 2007, p. 124.

Verlenen van een beleggingsdienst

Zie op deze site: Beleggingsdienst, verlenen van, definitie, op wie gericht.

Vermogensbeheer

Zie de definitie "beheren van individueel vermogen" in artikel 1:1 Wft.

Vermogensscheiding

Ten aanzien van vermogensscheiding wordt een onderscheid tussen de regeling voor de bank(beleggingsonderneming) en de beleggingsonderneming. Voor de regelingen omtrent vermogensscheiding, zie onder meer artikel 165 Wft e.v., 6:18 Nrgfo en C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht, Tweede druk, p. 498 en 591).

Verordening

Doorgaans wordt hiermee de nadere uitwerking (op EU niveau) bedoeld van een Richtlijn. Zie als voorbeeld de Prospectusverordening. Als de Europese Commissie een dergelijke verordening uitvaardigd, is dit een gevolg van het toepassen van de Lamfalussy procedure. (MB/RA)

Verordeningen met een effectenrechtelijke inslag

De belangrijkste zijn:

- Uitvoeringsverordening MiFID

- Uitvoeringsverordening van de Richtlijn marktmisbruik

- Prospectusverordening

Vertegenwoordiging

Dit is het verrichten van een rechtshandeling in naam van een ander met het effect dat de beoogde rechtsgevolgen niet voor hemzelf maar voor de ander intreden. (MB/RA) 

Verzameldepot

Dit bestaat uit het voordepot en het girodepot. Zie: "Het Wge-aandeel: een recht op naam van eigen aard", E.B. Rank-Berenschot uit de bundel Onderneming en effecten uit de reeks Onderneming en Recht, deel 13, pagina 156.

Voordepot

Een meestal kleine, dagelijkse handvooraad van Wge-effecten die zich bij de aangesloten instelling bevinden in plaats van in het girodepot. "Het Wge-aandeel: een recht op naam van eigen aard", E.B. Rank-Berenschot uit de bundel Onderneming en effecten uit de reeks Onderneming en Recht, deel 13, pagina 154. 

Vreemd vermogen

Voorbeelden hiervan zijn obligaties of bancair krediet.

Vrijstellingsregeling Wft

Een ministeriële regeling waarin de vrijstellingen worden geregeld waarnaar vanuit deel 2 in de Wft wordt verwezen "...vrijstelling bij ministeriële regeling...". Zie bijvoorbeeld 2:104 Wft.

Vrijstellingsregeling prospectusplicht, toelichting daarop

Deze toelichting is te vinden in Stcrt. 2006, 229. Deze is te vinden op de AFM site, http://www.afm.nl/marktpartijen/default.ashx?folderid=1098&downloadid=11206